Predicaten

Zintuiglijk taalgebruik

Een voorkeursysteem kun je meestal herkennen aan taalgebruik. Elk voorkeursysteem heeft zijn eigen woorden, gezegdes en uitdrukkingen. Dit noemen we predicaten.

Let maar eens op het taalgebruik als je met iemand praat. Als de ander bijvoorbeeld visueel is ingesteld, zal hij/zij veel predicaten gebruiken als zien, kijken, lijken, etc. Hieronder zie je een aantal predicaten met de daarbij horende representatiesystemen:

  • Zien
  • Kijken
  • Vertonen
  • Kleurrijk
  • Onthullen
  • Beeldvorming
  • Verhelderen
  • Schitterend
  • Vaag
  • Voorstellen
  • Etc.
  • Horen
  • Luisteren
  • Geluid(en)
  • Harmonieus
  • Instemmen
  • Stilte
  • Klinken
  • Dissonantie
  • Ondertoon
  • Afstemmen
  • Etc.
  • Verstand
  • Begrijpen
  • Denken
  • Leren
  • Beslissen
  • Motiveren
  • Overwegen
  • Veranderen
  • Opmerken
  • Realiseren
  • Etc.
  • Voelen
  • Aanraken
  • Grijpen
  • Pakken
  • Aanpakken
  • Gooien
  • Omdraaien
  • Gevoelig
  • Hanteren
  • Solide
  • Etc.

Op bijvoorbeeld een vraag als: “wat vind je van mijn outfit?” kun je vanaf nu letten op de volgende antwoorden:

  • “Dat ziet er goed uit!” (Visueel)
  • “Het staat je fantastisch!” (Kinesthetisch)